Waar ik 's nachts over maal

Het is niet alleen een rondscharrelende rattenkolonie geweest die me de afgelopen weken uit mijn slaap heeft gehouden. Ook knaagt er een geschiedenis aan me, en de vraag hoe die recht te doen. 

Onlangs zoomde ik met het hoofd van het geschiedenisdepartement van mijn universiteit in New York, over het feit dat ik waarschijnlijk eind augustus weer die kant op ga, na meer dan een jaar onverwacht Amsterdam. ‘So, congrats on the book!’ zei hij joviaal. Ik vertelde dat het nog onwerkelijk voelt om te refereren aan ‘mijn boek’, omdat ik pas net het contract heb getekend. Ik verzweeg dat ik met ‘onwerkelijk’ eigenlijk bedoel dat mijn maag zich soms omdraait, dat ik het eng vind. 

Het thema van het boek wordt handelingsonbekwaamheid van getrouwde vrouwen in Nederland. Een bepaling in het burgerlijk wetboek die duurde tot 1956. Ik heb ’t hier al vaker over gehad, maar in het kort: het was een juridische categorie die ook gold voor kinderen en wat ze noemden ‘zwakzinnigen’. Het hield onder andere in dat je als vrouw vanaf je ja-woord geen bankrekening kon openen, geen hypotheek of verzekering kon afsluiten, en dat je alleen een arbeidscontract kon afsluiten met formele toestemming van je man. In veel gevallen betekende het ook gedwongen (onee, ‘eervol’) ontslag. 


Gezien vrijwel alle vrouwen in die tijd trouwden, betekent het dat de helft van de volwassen Nederlandse bevolking ‘handelingsonbekwaam’ was. De generatie die dit heeft meegemaakt – de 80-plussers van nu – zullen niet lang meer leven. En ook de 80-minners die na de wettelijke afschaffing nog de nasleep in de praktijk hebben ervaren, hebben er nog weinig over gesproken. 

Er bestaan juridische verhandelingen over de procedure rond afschaffing van de handelingsonbekwaamheid; hoofdstukken in proefschriften over de arbeidspositie van de vrouw in de twintigste eeuw. Maar over ervaringen is weinig geschreven. Daarnaast ontbreekt de geschiedenis in middelbare school geschiedenisboeken. Het ontbreekt in ons collectieve geheugen. Quite the task there. 

Het soms slechte slapen hangt samen met deze geschiedenis zelf – de gedachte dat mijn oma, en met haar vele anderen, met tegenzin heeft moeten stoppen met werken en daarmee haar onafhankelijkheid verspeelde – maar dus ook met het vraagstuk hoe ik die geschiedenis recht kan doen. Want vrouwen noch mannen zijn een monolithisch blok, nu niet en nooit geweest. Sommige vrouwen ervoeren trots te mogen stoppen met werken, huismoederschap als verworven luxe – anderen bitterheid vanwege de afgedwongen keuze, de benauwenis van de sociale koker. Sommige mannen voelden zich aangetast in hun mannelijkheid wanneer hun vrouw financieel noodgedwongen moest werken, anderen waren tevreden met de familieboerderij die ze samen runden. Hoe voedden zij hun kinderen op, wat gaven ze hen mee? Hoe kijken ze erop terug? Hoe (ver)kleuren de decennia die ze erna leefden hun beeld van de tijd toen?     


Ik vertelde het afdelingshoofd dat ik er een oral history-project van wil maken, een manier van geschiedschrijving die op mijn radar kwam in mijn tijd aan Columbia University, waar ik mijn master deed. Op die campus aan de Upper West Side van Manhattan bevindt zich het fameuze Center for Oral History, de eerste in zijn soort, opgericht in 1948. Eindeloze meters (inmiddels grotendeels gedigitaliseerde) opnames van interviewgesprekken, op cassettebandjes, videotapes, floppy’s, cd’s en telefoons. 

Hij was enthousiast en begon direct mee te denken. Over het belang van mannen van die generatie erbij betrekken (‘zag u uw vrouw zelf eigenlijk als handelingsonbekwaam?’) en het opstellen van instructies en tips voor de interviewers (stiltes laten bestaan, open vragen stellen). En zoals dat gaat met je gesteund weten: na het Zoomgesprek voelde het een stuk minder eng.  

Hoewel ik historicus ben, wil ik dit project niet louter aanvliegen als academicus.

Vandaar dat ik ervoor kies om de interviews – die deze mondelinge geschiedenis zullen voeden – breed uit te zetten en niet alleen maar zelf te doen. Ik ga er zeker zelf ook op uit, maar ik heb de laatste maanden mijn hersens gekraakt over het breder uitgooien van het net. Zodat andere mensen – jij bijvoorbeeld! – kunnen helpen met het opvissen van deze ervaringen en verhalen. Daarmee wordt niet alleen de schaal, maar ook de diversiteit van de verhalen en achtergronden vergroot. Interviewervaring is hierbij niet vereist. Ik heb een leidraad opgesteld; een handleiding om een interview met je oma, opa, moeder, vader of bekende af te nemen die mogelijk iets te delen heeft over handelingsonbekwaamheid in Nederland.


De verzamelde interviews zullen nauwkeurig worden geregistreerd in een dataset, en vervolgens worden verwerkt in een breed toegankelijke publicatie waarin de geschiedenis van handelingsonbekwaamheid, en de afschaffing ervan, in kaart gebracht worden. Daarnaast wil ik ook breder reflecteren op de rol van deze geschiedenis in de arbeidspositie van de vrouw in het heden (doei ‘deeltijdprinsesjes’-retoriek). De dataset zal bovendien gedoneerd worden aan Atria, kennisinstituut voor emancipatie en vrouwengeschiedenis te Amsterdam, zodat deze ook kan dienen als bronmateriaal voor ander, toekomstig onderzoek.

Wil je meedoen aan het onderzoek? Iemand interviewen, zelf je verhaal doen? Geef je op via onderstaande knop. Of stuur deze mail door naar iemand die je kent, of zeg dat ze naar handelingsonbekwaam.nl kunnen gaan. (De URL waarvan het zowel onverwacht als totaal begrijpelijk voelde dat ie nog beschikbaar was..) 

Ik doe mee met het onderzoek!


Tja, het zal nog even onwennig zijn, het concept ‘mijn boek’. Misschien ook een heeel klein beetje omdat ik denk: maar een boek schrijven is toch iets voor volwassenen? (Mind you, ik word deze herfst dertig.) Het is een impostor syndrome dat ik herken. Ik had het toen ik tante werd op mijn veertiende (toegegeven, jong), toen ik auditie deed voor de toneelschool, toen ik voor het eerst champagne kocht om iets te vieren met een geliefde (grotemensendrank!), toen ik de motivatiebrief schreef voor mijn masteropleiding en toen ik twee jaar later diep in de nacht tabbladen open had staan met verschillende PhD-programma’s. Ik zal het boek maar aanvliegen zoals ik het bij al die dingen deed: gewoon doen. En hulp durven vragen waar nodig.


Tot slot, jullie steun helpt me om onafhankelijk te blijven en me te verdiepen in thema’s die ik echt belangrijk vind. Als je deze nieuwsbrief met plezier leest, of mijn werk in het algemeen wilt steunen dan kan dat hier met een (kleine) donatie. Heel veel dank aan degenen die al op de steun-trein zijn gesprongen. <3 

Lieve groet,

Madeleijn


PPS. Doe vooral dus mee aan het onderzoek hihi.♥️

Ok ok, ik doe al mee ;)


Redactie: Stefanie Liebreks