Ik was zenuwachtig

Ha lieve lezer,

Toen ik ging rondkijken wat mensen zoal in welkomstmails zetten zag ik dat die veelal bestaan uit: 1) een hallo met een uitroepteken en 2) iets over spamfolders. Ik schreef een soortgelijke mail en dat voelde best professioneel. Een paar weken lang stond het tekstje in mijn concepten. Toch voelde het vreemd steriel.

Bovendien voelde ik zenuwen die ik niet helemaal kon plaatsen. Waarom vind ik het zo spannend deze nieuwsbrief te lanceren? Toen ik met Zeikschrift begon, vier jaar geleden, startte ik met nul volgers. De eersten sprokkelde ik bij elkaar via een mild hysterisch VOLG MIJ!-berichtje in de Facebookgroep Feminist Club Amsterdam. Nu, vier jaar later, zijn het er vierenzestigduizend en dat voelt bij vlagen even absurd als het feit dat 2020 geen grap blijkt te zijn.

Op een avond dacht ik aan mijn vriend Kees en backspacete ik de hele hallo-spamfoldertekst.

Op mijn negentiende overleed hij aan prostaatkanker. Kees was oud-docent Nederlands op mijn middelbare school. Toen ik hem leerde kennen ging ik het eindexamenjaar van de havo in. Ik was zestien, hij tweeënzeventig, een paar jaar gepensioneerd. ‘Ik ga ook richting mijn eindexamen,’ zei hij lachend de eerste keer dat ik bij hem aankwam met mijn rugzak schoolboeken.

Hij hielp me na schooltijd met bijlessen over poëzie en literatuur, zodat ik Nederlands op vwo-niveau kon afsluiten. Hij las Achterberg voor, liet me huiveren bij de slotscène van Meisjes van de suikerwerkfabriek en stopte boeken die hij dubbel had in mijn tas wanneer ik niet keek. Hij leerde me met potlood lezen en zei: “Een goede schrijver stopt niets voor niets in de tekst – lees met zorg.” Ik vroeg of er niet ook gewoon veel onbewuste taalkeuzes in teksten zaten. En of iets, als het onbewust gebeurde, überhaupt een keuze was. We aten haverkoeken en sparden over literatuur tot de pannen van het avondeten pruttelden. Dan fietste ik naar huis.

Op de middelbare school voelde ik me veelal verloren – ik spijbelde, verkoos puddingbroodjes bij de Bakker Bart boven Engels en jamde tijdens Aardrijkskunde met mijn band in de kelder van de aanliggende muziekschool. De uren aan de met papieren bezaaide keukentafel van Kees, terwijl zijn vrouw Suzy Senseo-koffie bijschonk en ons said haverkoeken bracht, sleepten me door mijn laatste jaar.

Na mijn eindexamen verhuisde ik naar Amsterdam, speelde een jaar actrice-in-spé op de toneelschool, verdronk in de benauwenis van een kleine competitieve wereld, deed auditie voor toneelregie in Maastricht, werd aangenomen en sloeg het aanbod af. Ik verhuisde naar Parijs, met gespaard oppasgeld en een koffer kleren en boeken. Ik verbrak het meeste sociale contact in Nederland, leerde koffie drinken, ploeterde me door La Deuxième Sexe en Skypete zo nu en dan met mijn ouders. En: ik schreef brieven met Kees.

Soms lieten mijn antwoorden weken op zich wachten. Ik leerde een taal, bezocht musea, maakte vrienden, werd verliefd, oefende seks, verving Achterberg en Tessa de Loo door Camus en Franse kinderboeken met plaatjes, en schaamde me voor mijn onvermogen om alles wat ik meemaakte in woorden te kunnen gieten. Kees schreef dat het niet gaf, dat ik geen druk hoefde te voelen, dat hij blij was met alles en dat schoonheid kon zitten in de poging. Toch bleef mijn pen vaak boven het papier hangen, schonk ik nog een glas wijn in en besloot: misschien morgen.

Een jaar later verhuisde ik terug naar Nederland en was opgelucht bij het vooruitzicht weer gewoon langs te kunnen gaan. Maar Kees’ eindexamen kwam onverwacht, en alle vragen bleken sluitend. Zijn diagnose stelde hem nog drie maanden in het vooruitzicht. In de laatste weken schreef ik hem een afscheidsbrief vanuit Amsterdam, ik bezocht zijn broze lichaam in Oldenzaal en streek lang over zijn voorhoofd. Mijn keel was te opgezwollen van verdriet om de haverkoek weg te slikken, en toen iemand zijn kussen kwam opkloppen spuugde ik stilletjes de klont koek uit in een servetje. Ik zei bij het weggaan dat vriendschap niet hoeft te stoppen bij de dood van de één, dat ik haar mee zou dragen en zou lezen voor twee.

Na de uitvaart gaf zijn vrouw, Suzy, me een bundeltje brieven. Ik had me nooit gerealiseerd dat het gebruikelijk is de afzender haar brieven terug te geven als de geadresseerde overlijdt. Terwijl de enveloppen door mijn vingers gleden rolden er tranen van verdriet maar ook frustratie over mijn wangen – frustratie dat het er niet meer waren. Dat ik me comfortabeler had gevoeld bij radiostilte dan bij de confrontatie met het niet vinden van de perfecte woorden.

Deze nieuwsbrief heet Vrijschrift, en ik draag ’m op aan Kees. Hij spoorde me aan hardop na te denken, door te lezen, en interpretatie niet te zien als eindstation van de gedachte. Ik zou hier graag ideeën tegen het licht houden en associatiebruggetjes bewandelen zonder dat er een deadline voor een gelikte eindversie of tweetbare conclusie aan de horizon wacht. Dat er vanaf het begin wat meer ogen op gericht zijn dan vier jaar geleden zal ik maar even strategisch vergeten.

Vrijschrift verschijnt semi-wekelijks in je inbox en zal uiteenlopen qua format. Ik wil er een wat zachtere en persoonlijkere koers mee varen dan ik met Zeikschrift doe. Ik wil op een bredere manier maatschappelijke thema’s onderzoeken, media analyseren, maar ook dingen die ik mooi vind (artikelen, passages, kunst, podcasts) tippen. Een greep uit de thema’s die je kunt verwachten: complottheorieën; feminisme (surprise); impact van neoliberalisme op onderzoeksjournalistiek (no biggie); en waarom we kritischer neigen te zijn op de platformen die we hoog hebben zitten.

Tegelijk met deze mail lanceer ik ook de optie om mij financieel te steunen. Dit voelt een beetje onwennig voor me, maar na vier jaar onbetaald publiceren op insta klopt (oké: bonkt) mijn studieschuld op de deur. Ik heb vanaf het begin onafhankelijkheid gezien als kernstreven in mijn werk (daar praat ik uitgebreider over in deze podcastaflevering) en dat zou ik graag duurzaam maken. Als jij dat ook belangrijk vindt, overweeg dan – maar voel je niet verplicht - om mij te steunen middels een (maandelijkse) donatie. Eenmalige donaties zijn uiteraard welkom, maar een terugkerende bijdrage, hoe bescheiden ook, geeft mij de meeste stabiliteit. Hier kan je mij steunen.

Dan rest mij alleen nog te zeggen: haal deze mail uit je spamfolder, tip Vrijschrift aan vrienden om jullie referentiekaders te synchroniseren en: hallo!

Veel liefs en gauw meer,

Madeleijn♥️

PS. Ik ben heel blij met de banner boven aan deze mail, die werd ontworpen door Monique van der Wal (die een bomb website heeft).

PPS. Deze meme:

Steun mij